Internetpagina's van Johan Trommel

Pasfoto-JA.jpg
Pasfoto-MR.jpg

 

Weersverwachting
Jakarta
Weeronline.nl - Meer weer in Jakartaweeronline.nl Altijd jouw weer
 
 

Sporen oude godsdienst onder christen-Toraja's


van onze redactie kerk
VEENENDAAL - Hoewel de meeste Toraja's nu lid zijn van een christelijke kerk, zijn sporen van hun oude godsdienst, de aluk toyolo, nog vaak zichtbaar. Dat is vooral het geval in het geïsoleerde westelijke Torajagebied, Mamasa.

Dit stelt ds. C.W. Buijs uit Veenendaal, die gistermiddag in Leiden promoveerde op het onderwerp 'Zegenkrachten uit de wildernis en uit de hemel'.

Ds. Kees Buijs
Kees Buijs (59), christelijk-gereformeerd predikant in Veenendaal (Bethelkerk), was tussen 1978 en 1983 zendeling in Zuid-Sulawesi (Indonesië). Hij raakte daar geboeid door de archaïsche elementen in de religie, en verzamelde materiaal op geluidsbanden en papier. Het onderwerp heeft hem sindsdien niet losgelaten. Van 1990 tot 1994 studeerde hij antropologie (volkenkunde) in Utrecht. Verder verrichtte hij veldwerk in het gebied waar hij eerder werkzaam was. Zijn 270 pagina's tellende proefschrift is niet theologisch, maar uitsluitend antropologisch van aard. Dat hij in Leiden promoveerde, heeft te maken met het daar ontwikkelde specialisme: Indonesië.
 
De predikant vindt het van belang dat de oude cultuur van het geïsoleerde Mamasagebied nu beschreven staat. Hij acht dat ook nuttig voor de Toraja's zelf. "Zeker voor de jongeren daar, zodat ze hun achtergrond beter begrijpen", zegt hij desgevraagd.
Buijs zag dat in het berggebied van het zuiden van Sulawesi allerlei rituelen verdwenen. Het koppensnellersritueel bijvoorbeeld werd in 2000 voor het laatst gehouden. Ter geruststelling: de gesnelde kop was in de loop der tijd al vervangen door een kokosnoot of een bol buigzame takken.

Buijs constateert dat de oude religie van de Toraja's terug gaat op de religie van vóór de intrede van hindoeïstisch-boeddhistische ideeën, dus zo'n 1500 jaar geleden. Een van de meest opvallende eigenschappen van het autochtone religieuze systeem is het dualisme (tweedeling) van mannelijke en vrouwelijke elementen. Een vrouwelijke priester functioneerde in de religie, terwijl de mannen een leidende rol hadden in de samenleving.
Kees Buijs stelde zich de vraag of deze tweedeling ook in verband kan worden gebracht met de goden tot wie de mensen zich richten. Hij ontdekte inderdaad een tweedeling van goden in de hemel én goden op de ongecultiveerde wereld, de ‘wildernis'. "Het zijn twee bronnen waar zegen van verwacht wordt". In de rituelen worden daarom meestal twee soorten offers gebracht.

Hemel en wildernis beheersten de religieuze denkbeelden van de mensen. De zegenkrachten van de - vrouwelijke - aardegoden betroffen leven op aarde, voorspoed, vruchtbaarheid. De zegenkrachten van de hemel waren belangrijk voor de rijstbouw en voor de verwachting van mensen om na hun dood terug te keren naar hun oorsprong: de 'hemel'.
 
Het proefschrift, getiteld Powers of blessing from the wilderness and from heaven. Structure and transformation in de religion of the Toraja in de Mamasa area of South Sulawesi, is door de promovendus in eigen beheer uitgegeven.

Bron: Nederlands Dagblad, 9 september 2004


Kees Buijs in gesprek met het dorpshoofd van de kampong Kondo Ruba' vlakbij Mamasa
 

Predikant promoveert op Indonesische godsdienst
Koppensnellers van KOKOSNOTEN

Frank Provoost


Totaal afgezonderd van de buitenwereld werkte Kees Buijs als zendeling in een klein Indonesisch dorp. Maar de predikant werd promovendus en verdedigde deze week zijn proefschrift over de koppensnellers en zwaarddansers van de Toraja-gemeenschap.

De reisgids had Kees Buijs al gewaarschuwd: ‘The road to Mamasa is “pure hell”.’ Dat ondervond hij toen hij tot aan zijn knieën in de modder zijn auto vooruit probeerde te duwen. Buijs was met zijn vrouw en kinderen op weg naar een afgezonderd dorpje in het zuiden van Sulawesi (Indonesië). Het doel: zendeling worden.
Terwijl hij door de bagger ploeterde, leek het eerste wonder zich voor zijn ogen te voltrekken. Uit een zojuist gecrashte truck, die uit de bocht was gevlogen en op zijn kop in een ravijn was gevallen, kwam een man gekropen. De man, die Bapak Nicodemus heette, was ongedeerd en paste nog net in Buijs’ volgepakte auto. Hij bleek tot de hogere adel uit Mamasa te behoren en was zo de ideale persoon om het westerse gezin in de afgezonderde gemeenschap van de Toraja te introduceren.

Jezus zegt: Leert hen wat ik u bevolen heb. De folder van de Zending Christelijke Gereformeerde Kerken toont de predikant op een paard, volgepakt met bagage. ‘De totale overgang was spannend’, zegt Buijs (59). ‘Nog steeds bewonder ik mijn vrouw omdat ze zich heeft laten meeslepen.’

Behalve bekeren hielp hij er met het opzetten van onderwijs, gezondheidszorg en drinkwaterprojecten. Gaandeweg begon hij de taal te beheersen en ging hij de lokale religie optekenen. Deze zogeheten aluk toyolo stamt nog van voor de introductie van hindoeïstisch-boeddhistisch ideeën, ongeveer 1500 jaar geleden. Bijbehorende rituelen: zwaarddansen en bulu londong, beter bekend als koppensnellen.
Echte hoofden worden daarbij niet meer afgesneden, stelt Buijs meteen gerust. Dat werd aan het begin van de twintigste eeuw door het toenmalige Nederlandse bewind verboden. Als het ritueel tegenwoordig wordt uitgevoerd, gebeurt dit met lege kokosnoten of nephoofden van gedroogde bladeren.

Buijs beschrijft het in Powers of blessing from the wilderness and from heaven. De predikant is namelijk ook promovendus geworden. ‘Vanaf het begin heb ik in Mamasa de verhalen van oude mensen verzameld. Alleen ik kon er nooit wat mee.’ Toen hij terugkeerde naar Nederland, veranderde dat. Hij werd voorganger in Veenendaal, maar ging ook weer studeren en haalde onder andere zijn bul antropologie. Daarna vertrok hij weer voor de zending, dit keer naar Zuid-Afrika. En sinds 2001 werkte hij ook wederom in Mamasa: zij het nu ook om veldwerk te doen. Woensdag is hij in Leiden gepromoveerd.

Oorspronkelijk kende aluk toyolo twee soorten opperwezens, zo blijkt uit het onderzoek. De mannelijke goden in de hemel waren gericht op status en moesten de mensen op aarde begeleiden en hen zo een goede terugkeer naar het bovenaardse garanderen. Daartegenover zorgden de vrouwelijke goden uit de aardse wildernis, die voor vruchtbaarheid zorgden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de vrouwen ’s nachts het bos in trekken om er de nacht door te brengen en de volgende ochtend in bomen klimmen om zich daar op de takken in trance te dansen.

Vrouwen spelen een belangrijke rol in de Toroja-gemeenschap. Hoewel de man weliswaar de leiding over het dagelijkse leven heeft; treedt de vrouw op als priesteres.

Gek genoeg heeft de helse weg die naar Mamasa loopt, zo zijn voordelen gehad voor het onderzoek. Ten eerste heeft het isolement waarin het dorp verkeert de rituelen beter bewaard dan in de omringende gebieden. Andere Toraja-gemeenschappen zijn veel toegankelijker geweest voor vreemde invloeden.

Ten tweede bleek de ongelukkige lifter van het eerste uur, Nicodemus, van onschatbare waarde. Aanvankelijk vanwege zijn eerste hulp bij Buijs’ inburgering; maar later bij het veldwerk vanwege zijn hulp bij interviews en vooral: zijn goede connecties.
Zo is een priesteres normaal gesproken een voor vreemdelingen totaal onbereikbare figuur. Maar dankzij Nicodemus kreeg Buijs het volle vertrouwen van Indo ‘Galo’, een van de laatst overgebleven actieve priesteressen van Mamasa. ‘Als buitenstaander had ik haar hooguit een hand mogen geven.’ Nu mocht hij haar uitgebreid ondervragen over de rituelen en er zelfs enkele bijwonen en filmen.. ‘Op een gegeven moment omhelsde ze mij met de woorden: “Je bent mijn kind”.’

Zijn proefschrift - de eerste uitgebreide studie over het gebied - lijkt net op tijd te zijn gekomen.
Mede dankzij het christendom blijft er van het aluk toyolo steeds minder over, schrijft hij. ‘De oudere mensen sterven en de jongeren zijn nauwelijks geïnteresseerd in wat zij het geloof van het verleden noemen.’ Vooral de wildernis en haar goden hebben het moeten ontgelden: zij zijn zo goed als verdwenen. En de aardse goden worden ook steeds meer verbonden met de hemel. ‘Dat sluit aan bij het christendom.’

Botst de rol van onderzoeker eigenlijk niet met die van de zending? Buijs vindt van niet. ‘Ik haal de twee niet door elkaar. Het is onderzoek is niet vergelijkend van aard, maar antropologisch.’
Al veroorzaakte zijn dubbele hoedanigheid bij sommige christelijke bewoners wel wat twijfels. ‘Veel van hen doen toch nog mee aan rituelen. Ze vroegen af of ik het misschien zou afkeuren. Maar dan praatten we er met elkaar over en dan zei ik: ‘“Het gaat erom waarop je vertrouwt, waarin je kracht zoekt.”’

C.W. Buijs: Powers of blessing from the wilderness and from heaven, Structure and transformation in the religion of the Toraja in the Mamasa area of South Sulawesi.
Promotie was 8 september 2004