Schrijfmaterialen

 


 
In de tijd van de Bijbel schreef men niet op papier, maar op verschillende andere materialen.
Op deze pagina kun je een aantal foto's zien van die materialen, met een beschrijving erbij.

 

Potscherf (in het latijn: ostracon)

 

 

Potscherven werden gebruikt om korte aantekeningen op te schrijven. Men kraste met een stift op de scherf. Je zou kunnen zeggen: de potscherven waren de kladblaadjes in de tijd van de Bijbel.
Hiernaast zie je zo'n potscherf. De taal en de letters zijn oud-hebreeuws.
 
 
 
 
Officiële verklaringen en afspraken werden vaak geschreven op grote stenen, stele genoemd. Die beschreven stenen werden dan op een opvallende plaats neergezet (b.v. op het plein in een stad), zodat iedereen ze kon zien.
Mozes schreef de Tien geboden ook op van die stenen. Ze worden daarom genoemd: de twee stenen tafelen of stenen platen.
Op de foto's hieronder zie je twee van die officiële verklaringen. De ene komt uit Egypte en is gemaakt rond 1200 voor Chr. De andere komt uit Moab (het huidige Jordanië) en is van ca. 850 voor Chr.
 
Stele van Merenptah, ca. 1200 v.Chr.Mesa-stele, ca. 850 v.Chr
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kleitablet met "doosje"
De mensen schreven ook op kleitabletten. Met een driehoekige spijker drukte men voorzichtig tekens en letters in een plak zachte klei. Daarna werd de klei gedroogd, totdat het tablet hard genoeg was om mee te nemen.Kleitablet
Hier zie je twee van zulke kleitabletten. Ze zijn allebei geschreven in spijkerschrift. Dat zijn de 'letters' die de mensen gebruikten in het oude Babel (het land waar Abraham vandaan kwam).
 
 
 
 
 
Ook kenden de mensen toen wel een soort papier, dat ze van rietstengels maakten, die langs de rivier de Nijl in Egypte groeiden. We noemen dat papyrus (daar komt ons woord 'papier' vandaan).
Al snel vonden ze uit dat je van dit papyrus heel lange vellen kon persen. Die lange vellen kon je dan oprollen en zo kreeg je een boekrol.
Dat was enorm handig, want op een stuk klei was niet zoveel ruimte om te schrijven, maar op een boekrol juist een heleboel; daar kon je met gemak een heel boek op kwijt.
De inkt die gebruikt werd bij het schrijven op papyrus was gemaakt van roet en dus lang zo mooi niet als bij ons. Papyrus had wel één nadeel: het werd snel lelijk en ging heel gemakkelijk kapot. Je kon het dus niet zo gemakkelijk lang bewaren.
 
In het filmpje hieronder zie je hoe ze vroeger vellen papier maakten van het papyrus-riet.
 
 
 
Omdat papyrus snel lelijk werd en verrotte, werd er druk verder gezocht naar ander schrijfmateriaal. Men ontdekte dat dierenhuiden ook goed gebruikt konden worden om op te schrijven. We noemen dit perkament. Een perkamenten rol kon je veel langer bewaren dan een papyrusrol; alleen was het wel ontzettend duur. 
 
Qumran Jesajarol

Hiernaast zie je een foto van een boekrol van het bijbelboek Jesaja. Deze rol is in 1947 gevonden in een grot vlakbij de Dode Zee in Israël. Daar was van ca. 100 voor Chr. tot 68 na Chr. een Joods klooster, dat Qumran heette. De mensen die daar woonden, hebben heel veel bijbelboeken op boekrollen geschreven. De rol van het boek Jesaja is heel belangrijk, omdat geleerden hebben ontdekt dat deze oude rol de tekst van dit bijbelboek heel goed en "zonder fouten" is bewaard.

 
Om een rol goed te kunnen lezen kun je hem maar aan één kant beschrijven. Dat was natuurlijk niet zo zuinig. Daarom ging men weer verder nadenken. Zou het echt nodig zijn om met een rol te werken of zou het ook anders kunnen?
Je kon dierenhuid gemakkelijk naaien met een naald en draad en zo kwam men op het idee om kleine bladzijden te maken en die aan elkaar te naaien, zodat je een boek krijgt.
Zo'n bladzijde kon dan aan beide kanten worden volgeschreven. Dat was nog eens zuinig omspringen met materiaal! Een boek had ook als voordeel, dat je er veel sneller iets in kon opzoeken.
Zo'n boek wordt een codex genoemd en die bestaan ongeveer vanaf 200 jaar nadat de Here Jezus geboren is. In die periode van de geschiedenis waren ook alle boeken die we vandaag nog in de bijbel tegenkomen, verzameld. 
 
Op de foto hieronder zie je een stukje uit een heel oud bijbelhandschrift, dat geschreven is tussen 300 en 400 na Chr. Het is het begin van het bijbelboek Hooglied. In Hooglied vertellen een jongen en een meisje over hoeveel ze van elkaar houden. Op deze bladzijde staat:
 
     Laat hij mij kussen,Codex Sinaïticus (Hooglied 1 verzen 1 t/m 4)
     laat zijn mond mij kussen!
     Jouw liefde is zoeter dan wijn,
     zoet is de geur van je huid,
     je naam is een kostbaar parfum.
     Daarom houden de meisjes van jou.
     Neem mij met je mee. Laten we rennen!
 
     Mijn koning brengt mij in zijn kamers.
     Laten we juichen en zingen om jou!
     Laten we jouw liefde prijzen,
     meer nog dan wijn.
     Natuurlijk houden de meisjes van jou!
     (Hooglied hfdst.1 verzen 1 t/m 4)
 
 
 
 
 
 
 
Hieronder zie je dezelfde codex opengeslagen. 
 
Codex Sinaïticus 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Je snapt vast wel, dat vroeger nog lang niet iedereen een bijbel in huis kon hebben. Het was een enorme hele klus om één bijbel klaar te maken. Daarvoor moesten al de 66 boeken letter voor letter worden overgeschreven. Een heleboel mensen zouden er trouwens ook niks aan hebben, ze konden niet lezen of schrijven.
Gelukkig kun jij dat wel. En daarom is het voor jou mogelijk om zelf de Bijbel te lezen, dat prachtige boek van God voor de mensen.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Ostracon-1.jpg