Internetpagina's van Johan Trommel

Pasfoto-JA.jpg
Pasfoto-MR.jpg

 

Weersverwachting
Jakarta
Weeronline.nl - Meer weer in Jakartaweeronline.nl Altijd jouw weer
 
 

Ingwer Ludwig Nommensen: de apostel van de Batakkers

 
Ingwer Ludwig Nommensen werd op 6 februari 1834 geboren op het Deense (tegenwoordig Duitse) waddeneiland Nordstrand. Toen hij 12 jaar was, kwam hij bij het spelen onder een boerenwagen. Door dit ongeluk raakte hij verlamd. Hij lag meer dan een jaar in het ziekenhuis; de kneuzingen wilden maar niet genezen en de arts gaf als enige oplossing: amputatie van het been. Ludwig hield zich echter vast aan het woord van Jezus: "Wanneer u de Vader iets vraagt in mijn naam, zal Hij het u geven" (Johannes 14 vers 14). Hij genas wonderbaarlijk en sprak de belofte uit zijn leven te wijden aan de Heer als verkondiger van Zijn evangelie.

Ingwer Ludwig Nommensen

 
In 1857 ging hij in het seminarie van de Rheinische Mission. De studie duurde 4 jaar en Nommensen raakte bijzonder geïnteresseerd in de heilshistorische theologie (Koninkrijk Gods theologie) van Friedrich Fabris en Ludwig van Rohden.
 
In 1861 werd hij uitgezonden naar Sumatra. Eerst werkte hij aan de noordwest kust (Barus) en het islamitische zuiden (Angkola). De echte doorbraak in het zendingswerk kwam toen hij, tegen de wil van de kerkelijke leiding in, in 1864 naar het centraal gelegen gebergte trok, het hooggelegen dal Silindung. Dertig jaar eerder waren daar nog missionarissen op kannibalistische wijze vermoord. Ondanks tegenstand van de bevolking (animistische medicijnmannen vervloekten hem en probeerden hem zelfs door vergiftiging om het leven te brengen) kon hij in augustus 1865 de eerste Batak-familie dopen. Een jaar later werd de eerste gemeente gesticht en kreeg hij hulp van Peter Heinrich Johannsen (1839-1898), die zich vooral inzette als onderwijzer en bijbelvertaler.
De eerste jaren verliepen moeizaam. Nommensen ging de confrontatie aan met het animisme. In 1876 waren al zo'n 2000 Batakkers gedoopt. In dat jaar annexeerde de Nederlandse koloniale regering het Silindung-dal en dat betekende een ommekeer. Gods Geest opende de harten van de Batakkers voor het evangelie en jaarlijks werden meer dan 1000 mensen gedoopt. Nommensen zorgde voor gemeente-structuren, vertaalde de Kleine Catechismus van Luther (1874) en het Nieuwe Testament (1878). In 1881 stelde hij een kerkorde op, waarbij hij de Sumatraanse sociale structuren verdisconteerde. In hetzelfde jaar kreeg hij vanuit zijn vaderland meer kerkelijke bevoegdheden en onder zijn leiding kwam de Batak-zending tot grote bloei. Ook de Toba-Batakkers bekeerden zich tot het christelijk geloof en er vormden zich hier eveneens volkskerken, wat het doel was van Nommensen's missie. Door zijn activiteit speelde Nommensen het Nederlandse kolonialisme in de kaart (hij was de eerste Europeaan die het Tobameer bereikte). Nommensen bouwde aan de structuren en zorgde voor inheemse medewerkers: ouderlingen (sintua), predikanten (pandita batak) en leraar-predikers (goeroes). Met behoud van de inheemse sociale structuren en gebruiken (adat) werd de kerk geïntegreerd in de dorpsgemeenschap, zodat burgerlijke en kerkelijke gemeente nagenoeg samenvielen. Als derde fase van de Batak-zending kan gezien worden Nommensen's arbeid in Simalungun aan de oostkust (1903-1918). Hier had de Islam echter al veel invloed, zodat er minder gehoor was voor het evangelie.
 
Toen Nommensen in 1918 overleed, telde de Batakkerk (sinds 1930: Huria Kristen Batak Protestant - HKBP) meer dan 500 gemeenten, 180.000 gelovigen, 34 predikanten, ongeveer 800 goeroes en 2000 ouderlingen. In 1940 werd de HKBP volledig zelfstandig, in 1954 werd een eigen universiteit opgericht, de Nommensen-universiteit, in 1948 trad de kerk toe tot de Wereldraad van kerken en in 1952 tot de Lutherse Wereldbond. De Batakkerk telt nu 2½ miljoen leden en is daarmee de grootste protestantse kerk in heel zuid-oost Azië.
Monument ter ere van Nommensen in de Silindung-vallei
 
Nommensen wordt gezien als een van de meest succesvolle zendelingen aller tijden (liever: zijn werk is buitengewoon gezegend). Daarom kreeg hij in 1904 een eredoctoraat aan de universiteit van Bonn en in 1911 werd hij Officier in de Orde van Oranje Nassau. Nommensen draagt terecht de eretitel: apostel van de Batakkers.