Luther in conflict met de kerk

Leuk dat je deze pagina opgezocht hebt. Je kunt hier lezen hoe het gekomen is dat Maarten Luther op 31 oktober 1517 een papier met 95 protest-stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg (Duitsland) spijkerde. 

 

Maarten Luther werd op 10 november 1483 geboren in Eisleben in Duitsland. Zijn vader wilde dat hij rechten ging studeren aan de universiteit. Toen Luther op een keer terugreisde van huis naar school kwam hij in een hevig onweer terecht. Hij was bang door de bliksem getroffen te worden. Hij viel op zijn knieën en riep: "Help mij, heilige Anna, ik zal monnik worden". Luther’s vader was boos dat zijn zoon in een opwelling deze belofte gedaan had, maar toch Maarten het klooster in.

In het klooster vermoeide hij zichzelf met bidden, vasten, waken en kou lijden. Zo probeerde hij een plaatsje in de hemel te verdienen, want dat was hem altijd zo verteld.

Heel belangrijk voor Luther was zijn benoeming tot professor in Wittenberg. De bestuurder van dat gebied, keurvorst Frederik de Wijze, hoopte veel studenten naar Wittenberg te lokken als er goede hoogleraren les gaven. Aan zijn studenten moest Luther de Bijbel uitleggen.

En toen: in de herfst van 1517 trok een zekere Johannes Tetzel van stad tot stad om aflaten te verkopen. Hij kwam ook in Wittenberg. Tetzel verkocht die aflaten in opdracht van de aartsbisschop. Die zat diep in de schulden omdat hij zijn ambt voor veel geld had moeten kopen. Een deel van de opbrengst ging naar paus Leo X. Die gebruikte het geld om de nieuwe St. Pieterskerk te bouwen. Tetzel maakte onbeschaamd gebruik van de  onkunde, angst en goedgelovigheid van de mensen. Hij hield hen voor dat ze met een aflaat de schuld tegenover God konden verminderen en de straf in het vagevuur konden verkorten. De paus was zo goed, vertelde Tetzel, dat de genade nu ‘voor een koopje’ te krijgen was. Met die aflaat kon je zelfs familieleden  die al overleden waren uit het vagevuur vrij kopen. Een bekende uitspraak van Tetzel zou zijn geweest: "Zodra het geld in ’t kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt".

Luther was boos en verdrietig over het optreden van Tetzel. De mensen die bij Luther kwamen biechten, meenden dat ze geen berouw meer over hun zonden hoefden te hebben. Ze hadden toch een aflaat gekocht! Daarmee was hun schuld betaald. Maar dat klopte niet. Daarom schreef Luther 95 stellingen tegen de aflaat. Hij hoopte met zijn stellingen een theologische discussie op gang te brengen. Daarom had  hij de stellingen in het Latijn geschreven. De drukkers vertaalden ze echter in het Duits en verspreidden ze door heel Duitsland, en ook daar buiten, zodat iedereen ze kon lezen. 

Wittenberg in de tijd van Luther

Luther had gehoopt dat de paus hem zou steunen in zijn strijd om hervorming in de kerk. Maar helaas, paus Leo X trok zich weinig aan van de kritiek van die ‘dronken Duitser’, zoals hij gezegd zou hebben. Toen er echter overal boekjes voor en tegen Luther verschenen en er grote onrust in de kerk ontstond, besloot de paus op te treden. Luther werd beschuldigd van ketterij en door de paus uit de kerk gezet. Zo ontstond er een nieuwe kerk en was er niet langer één kerk. 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen