Internetpagina's van Johan Trommel

Bijbelwoord voor vandaag

De zaklantaarn

 
Een verhaal met een boodschap voor kinderen van 4 - 94

Er waren eens twee honden die liepen ‘s avonds over straat. Een grote zwarte en een kleine bruine.
Het was laat en het begon te regenen. En toen ze bij een pakhuis een luikje zagen openstaan, sprongen ze daar naar binnen.
Het was binnen stikdonker en ze struikelden telkens over een emmer, over elkaar en over allerlei balken die daar op de grond lagen.
zaklantaarn-1

Toen opeens schrokken ze zich allebei wild. Er was enorm veel licht. er lag daar een zaklantaarn op de grond en de grote zwarte hond had met zijn poot precies op het knopje gedrukt. Hij jankte van schrik.
Maar de bruine zei: “Hé, wat is dat nou? Dat is licht; dat kunnen we mooi gebruiken”.
“Waarvoor dan?” vroeg de zwarte.
 
zaklantaarn-2
 

Nou, om te kijken”, zei de kleine bruine.
De grote zwarte keek recht in de lamp. Het was een fel licht en hij werd er bijna door verblind. “Ik zie niks”, zei hij.
“Nee, niet zo”, zei de kleine bruine. “Het is om licht te geven aan al die dingen waar we nu al die tijd al over vallen”.
De grote zwarte duwde nu met zijn poot de omgevallen emmer over de lamp heen. “Is het zo goed?” vroeg hij, “zo is het toch mooi licht binnen in die emmer?”
“Dat zal wel”, zei die kleine bruine, “maar zo heeft geen hond er iets aan. Je begrijpt het ook nooit. Nou zitten we weer in het donker”.
Hij trapte de emmer weg, nam de lamp in zijn bek en scheen zo in het rond. Nu konden ze zien waar ze waren. Ze zagen de balken waar ze over gevallen waren en de kisten die stonden opgestapeld. 
 
zaklantaarn-3
 
 

Maar wat was dat?
De kleine bruine liet van schrik de lamp uit zijn bek vallen.
Zat daar een groot griezelig mens dat hen wou pakken?
De kleine bruine wilde gauw de lamp weer oppakken, maar de grote zwarte zei: “Niet doen!” En hij duwde de lamp weer onder de emmer.
“Maar ik moet toch zien wat daar is”, zei de bruine.
“Nee”, zei de zwarte, “Het is vast iets griezeligs. Je kan beter niet schijnen; dan hoef je het ook niet te zien. En als je iets niet ziet, hoef je niet meer zo te geloven dat het er is. Trouwens, als je niet schijnt, ziet niemand ons ook zitten. Laten we doen alsof we er niet zijn”.
“Je bent bang”, zei de kleine bruine, “je wilt jezelf voor de gek houden, door niet te kijken. En je wilt er niet zijn - maar je bent er toch. Een lamp is om mee te schijnen, ook als het niet leuk is wat je te zien krijgt”.
Zo nam die kleine bruine de lamp weer op en scheen.
 
zaklantaarn-4
 

 Nou was daar helemaal geen griezelige man, alleen maar twee zakken zand, waarvan ze dachten dat het een man was. En ze moesten er alle twee hard om lachen.
Maar het belangrijkste was toch maar, dat dat kleine hondje gedurfd had het licht te gebruiken, ook als er iets griezeligs was geweest.
 
 
 Bron: Karel Eykman en Peter Vos - De werksters van half vijf en andere gelijkenissen

Jezus heeft ooit gezegd:
"Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt, loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft"
(Johannes, hfdst.8 vers 12)
 
Ook zei Hij tegen Zijn volgelingen:
"Jullie zijn het licht in de wereld (...) Laat jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel"
(Mattheüs, hfdst.5, vers 14 en 16).