Luther's 95 stellingen

Hier vind je een selectie uit de 95 stellingen die Luther op 31 oktober 1517 bekendmaakte. In de inleiding nodigt hij de geleerden van zijn tijd uit voor een theologische gesprek over zijn stellingen. Dat gesprek is er nooit gekomen.

____________________ 

Uit echte, waarachtige liefde en bijzondere ijver om de waarheid aan het licht te brengen wordt te Wittenberg onder leiding van de eerwaarde vader dr. Maarten Luther, augustijn, magister der vrije kunsten en der Heilige Schrift en daar ook gewoon hoogleraar in deze vakken gedisputeerd over de volgende stellingen. Hij verzoekt daarom degenen, die niet aanwezig kunnen zijn om met ons daarover mondeling te disputeren, dit schriftelijk te doen. In de naam van onze Heer Jezus Christus. AMEN.

 

1. Toen onze Here en Meester Jezus Christus zei: ‘Doet boete’ enz. (Matth.4:17) wilde Hij, dat het hele leven van Zijn gelovigen een voortdurende boete is.

 

2. Dit woord mag niet verstaan worden als betrekking hebbend op het sacrament van de boete dat bestaat uit biecht en genoegdoening en bediend wordt door het priesterlijk ambt.

 

3. Maar ook wil Hij niet dat het alleen gaat over de innerlijke boete; ja de innerlijke boete is waardeloos en geen boete, als zij niet uiterlijk op allerlei wijzen het doden van het vlees bewerkt.

 

22. De paus scheldt aan de zielen in het vagevuur helemaal geen straf kwijt, die zij in dit leven volgens kerkelijke wet hadden moeten boeten.

 

24. Daarom worden de meeste mensen bedrogen, als hun zonder onderscheid en met grootspraak beloofd wordt, dat zijn van alle straf bevrijd worden. 

 

36. Iedere christen die oprecht berouw over zijn zonden gevoelt, heeft volledige vergeving van straf en schuld, die hem ook zonder aflaatbrieven toekomt.

 

41. Men moet voorzichtig zijn met het verkondigen van de pauselijke aflaat, opdat de mensen niet de verkeerde gedachte krijgen, dat de aflaat belangrijker is dan alle andere werken der liefde.

 

43. Men moet de christenen leren, dat wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, beter doet dan wie een aflaat koopt.

 

44. Want door een daad van liefde neemt de liefde toe en wordt de mens beter. Door de aflaat wordt hij echter niet beter, hij raakt alleen zijn straf kwijt.

 

45. Men moet de christenen leren, dat wie zijn naaste gebrek laat lijden en daar niets aan doet, maar wel een aflaat koopt, niet de pauselijke aflaat verkrijgt, maar Gods toorn op zich laadt.

 

54. Aan het Woord van God wordt onrecht gedaan, als men in een preek evenveel of zelfs meer tijd besteedt aan het verkondigen van de aflaat dan aan het Woord van God. 

 

62. De ware schat der kerk is het heilig evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.

 

63. Maar deze schat is natuurlijk zeer gehaat, want daardoor worden de eersten tot laatsten.

 

76. Wij stellen dat de pauselijke aflaat niet de schuld kan wegnemen van ook maar de geringste vergeeflijke zonde.

 

87. Wat kan de paus nog kwijtschelden of schenken aan hen die door volkomen berouw reeds aanspraak hebben op volkomen vergeving en op het verkrijgen van alle geestelijke goederen? 

 

92. Weg dus met al die profeten, die tot de gemeente van Christus zeggen: ‘Vrede, vrede’ en er is geen vrede (Ez.13:10, 16)

 

95. Zo moeten zij er meer op rekenen, dat wij door vele verdrukkingen het rijk van God binnengaan (Hand.14:22) dan langs de weg van een lichtvaardig vertrouwen op die vrede (n.l. de vrede die de valse profeten verkondigen).

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen